Verslag: Symposium Vlaams Platform voor Europese programma's, 9 januari 2012

09/01/2012 - 09:00 - 18:15

Een Vlaams EU-platform?

Op maandag 9 januari 2012 vond in het Vlaams Parlement het symposium “Vlaams EU-Platform” plaats in aanwezigheid van minister-president Kris Peeters en minister Ingrid Lieten. Het EU-platform werd in de schoot van de Vlaamse overheid opgericht om de deelname aan Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’s te stroomlijnen en te stimuleren. Overheid, industrie, de onderzoekswereld en andere belanghebbenden werken in dit platform samen rond operationele Europese programmawerking en Vlaamse beleidsontwikkeling.

Het Europees onderzoeks- en innovatieprogramma van de toekomst

Robert-Jan Smits, directeur-generaal van DG onderzoek en innovatie van de Europese Commissie, lichtte de toekomst van Europese onderzoeksfinanciering toe: Horizon 2020 . De drie belangrijkste prioriteiten van Horizon 2020 zijn excellente wetenschap (o.a. door mobiliteit van onderzoekers), industrieel leiderschap (herintegratie van het bedrijfsleven en de voortzetting van leningen) en een focus op maatschappelijke uitdagingen. De aandachtspunten die ook door Vlaanderen worden ondersteund zijn o.a. de koppeling tussen onderzoek en innovatie, de drastische vereenvoudiging van regels, het belang van investeringen in fundamenteel onderzoek, meer steun aan KMO’s, synergie met de structuurfondsen en excellentie als enige criterium voor selectie van projecten.

Didier Herbert, DG ondernemingen en industrie van de Europese Commissie, gaf een insteek vanuit de bedrijfssector. Met een budget van 2,5 miljard euro voor de periode 2014-2020 is het Programma voor het concurrentievermogen van bedrijven en kmo's (COSME) een financieringsinstrument dat in grote lijnen de acties van het huidige Programma voor concurrentievermogen en innovatie voortzet. De innovatiecomponent verhuist naar Horizon 2020. Didier Herbert pleit voor een Horizon 2020 dat alle vormen van innovatie ondersteunt, dus ook nieuwe ondernemingsmodellen. Deelname van ondernemingen aan de onderzoeksprogramma’s moet verder gestimuleerd worden. 15 % van het budget of ongeveer 8 miljard zou naar KMO’s moeten vloeien. Om dit percentage te realiseren, moeten de bedrijven optimaal geïnformeerd worden over de mogelijkheden en in staat worden gesteld capaciteit op te bouwen. Verder moeten administratieve processen vereenvoudigd worden en moet activiteit in derde landen worden gestimuleerd.

Dienstverlening in Vlaanderen

Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (Veerle Lories), Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (Elisabeth Monard), Agentschap Ondernemen (Bernard De Potter), de Herculesstichting (Marc Luwel) en Vlaams-Europees verbindingsagentschap (Jan Buysse) stelden hun dienstverlening voor in het kader van Vlaamse deelname aan Europese programma’s. De organisaties staan ten dienste van alle belanghebbenden. Zij volgen de Europese actualiteit en informeren, adviseren,  linken met relevante partners en/ of cofinancieren.

Reflecties over onderzoeks- en innovatieprogramma's 2014-2020

Uit het paneldebat in de namiddag kwamen volgende conclusies:

  • De complementariteit van de verschillende instrumenten moet verduidelijkt worden. Dit geldt niet enkel op inhoudelijk vlak, maar ook op administratief vlak. Hoe zal men bijvoorbeeld audits stroomlijnen die nu nog verschillend zijn voor de diverse onderzoeksinstrumenten?
  • Kleine landen en kleine regio’s moeten ook kunnen leiden. Het moet voor Vlaanderen mogelijk zijn om een bepaalde kar te trekken ongeacht de cofinanciering die ze daartegenover kunnen plaatsen. We kunnen niet gestraft worden dat 50% cofinanciering in Vlaanderen 1 miljoen is terwijl de datzelfde percentage cofinanciering in Frankrijk gaat over 5 miljoen.
  • Grensoverschrijdende financiering is gevoelig. Vlaanderen heeft daar al heel wat openheid voor getoond. Het mag echter niet stoppen bij de landsgrenzen, zelfs niet bij de Europese grenzen.
  • Vlaanderen zal moeten kiezen. We kunnen niet voor elk nieuw initiatief nieuwe fondsen vrijmaken. Keuzes maken in thema’s en instrumenten moet versnippering vermijden en leiden tot een hefboomeffect.
  • Cofinancieringseffecten moeten worden versterkt. Kunnen defiscalisatiemiddelen ook een aan te boren bron vormen?
  • De huidige architectuur moet vereenvoudigd worden. Regelgeving, audits, contractueel kader, rapportering, rechtszekerheid,… de industrie vraagt stroomlijning en vereenvoudiging.
  • Onderzoek zonder onderzoekers bestaat niet. Internationale en interdisciplinaire mobiliteit is reeds ingeburgerd, maar er moet ook gewerkt worden aan intersectorele mobiliteit. Onderzoekers moeten zin krijgen om aan de slag te gaan in de industrie.
  • Er wordt van de industrie een extra inspanning gevraagd om te blijven investeren in onderzoek en innovatie. Vlaanderen is altijd blijven investeren, maar de laatste jaren wordt een stagnatie opgemerkt bij de industrie. Om ten volle deel te nemen aan Horizon 2020, zal de industrie haar eigen O&O-investeringen op peil moeten houden en zelfs moeten versterken.

Meer lezen: http://www.ewi-vlaanderen.be/ewi/symposium-vlaams-platform-voor-europese-programmas

Vlaams - Europees verbindingsagentschap vzw, Kortenberglaan 71, 1000 Brussel T 02 737 14 30 - F 02 737 14 49 info@vleva.eu

website door wieni